Nieuws
door TechniShow Magazine

Al half miljoen stukken 3D-geprint in strijd tegen coronavirus

4 mei 2020

Flam3D, de branchevereniging van de 3D-printsector in Vlaanderen en Nederland, organiseerde afgelopen week een rondvraag bij haar leden over hun inzet tegen de coronacrisis en de impact ervan. Het resultaat is indrukwekkend: de verzamelde printbedrijven in de Benelux leverden al een half miljoen 3D-geprinte stukken in de strijd tegen corona. Dat is dan nog afgezien van de normale productie. Bovendien speelt de sector een zelfs nog belangrijker rol in het ondervangen van toeleveringsproblemen; de branche is namelijk quasi onafhankelijk van lange logistieke ketens. Daaruit blijkt een potentieel dat we gerust als strategisch kunnen bestempelen.

3D-printen heeft noch de ambitie, noch het potentieel om andere technologieën te vervangen. Toch is de technologie in deze crisis al bijzonder nuttig gebleken. Daar is één goede reden voor: productie middels 3D-printing heeft quasi geen tijd nodig om op te starten en bovendien zijn snelle iteraties mogelijk. Een eigenschap die handig is gebleken om tegemoet te komen aan de urgente vraag in de zorgverlening. Er werden de laatste weken meer dan een half miljoen stukken ge-3D-print in de strijd tegen het virus. Meestal ging het dan om gezichtsmaskers, onderdelen van mondmaskers en deuropeners. Al dat printwerk gebeurde meestal erg lokaal, vaak ook door kleinere bedrijven, die rechtstreeks toeleverden aan het hospitaal of de zorginstelling om de hoek. Zo meldde een mkb-bedrijf: “In totaal werden op één week tijd ongeveer 5.320 onderdelen in 3D geprint in de strijd tegen COVID-19” (OMD 3D).

De sector heeft niet alleen geprint in de strijd tegen het virus, maar ook tegen de nefaste gevolgen ervan. De technologie is het gewoon om snel en wendbaar aan de slag te gaan en dat speelt natuurlijk een belangrijke rol in het ondervangen van toeleveringsproblemen. Het Nederlandse Hulotech verzorgde zo een levering van speciale tandwielen voor een productiebedrijf binnen de 24 uur, in het weekend. De toeleverancier van het originele onderdeel zit in Italië en kon niet onmiddellijk leveren. Reverse engineeren en 3D-printen waren hier de aangewezen oplossing.

Naast indrukwekkend, lijken de resultaten van de rondvraag van de organisatie ook haast tegenstrijdig. Enerzijds wordt de 3D-printsector, net als zovele andere sectoren, hard getroffen door de economische impact van de crisis. Anderzijds blijkt dat verschillende 3D-printbedrijven net extra aanvragen krijgen. Trideus, een grote verdeler in de Benelux van printers en grondstoffen, noteerde een stijging met 200% in het verbruik van materialen. “De printers staan roodgloeiend” noteerden ze bij Flam3D. Die schijnbare contradictie wijst op een aantal andere kenmerken eigen aan de sector. 

Zo wordt er al eens laatdunkend gedaan over de productiecapaciteit van 3D-printing, maar uit de rondvraag van Flam3D blijkt dat die toch niet onderschat mag worden. QDP, een Nederlands 3D-printbedrijf, heeft in samenwerking met Carbon HQ headbands voor gezichtsmaskers geprint. Samen met hun netwerk van producenten worden er 18.000 stuks per week geproduceerd. Een ander bedrijf, ZiggZagg, had toen zelf al 2.000 stuks geprint, naast honderden luchtventielen voor de bekende Decathlon-maskers, 18.000 headbands voor chirurgische maskers en wekelijks 3.000 maskers. Bij grote bedrijven als Materialise en HP worden uiteraard ook meerdere tienduizenden stuks gerealiseerd. De universiteiten en hogescholen lieten zich ook niet onbetuigd. De Vrije Universiteit Brussel meldde bijvoorbeeld: “Vanaf 4 april zullen iedere dag enkele honderden extra onderdelen kunnen worden geleverd aan de verschillende ziekenhuizen die het nodig hebben.” Het voordeel is dat onderzoeksinstellingen soms snel kunnen schakelen tussen verschillende technologieën om zo de productie verder op te drijven – bijvoorbeeld door het 3D-printen van mallen.

Tegelijk erkent de sector dat vraag en aanbod elkaar vaak nog helemaal niet kennen: die liepen de eerste weken van de crisis langs elkaar heen. “Zolang 3D-printing niet geïntegreerd is in het reguliere onderwijs, zal het voor velen een onbekende of onbestaande oplossing blijven”, argumenteert de associatie. Verder is de 3D-print sector het gewoon om zich te moeten bewijzen: er bestaat nog wel wat twijfel over de inzetbaarheid en prijs van de technologie. “Snel kunnen leveren” is dan een extra troef – en daarin is 3D-printing per definitie redelijk bedreven. De sector geeft zelf ook aan dat er nog werk aan de winkel is: internationale (kwaliteits-)standaarden zijn er nog niet veel, en bedrijven met de nodige medische certificering zijn ook niet dik bezaaid. Het wantrouwen tegenover de materialen en technologie is zeker niet altijd terecht, maar anderzijds is het documentje dat de eigenschappen van een materiaal moet aantonen niet altijd beschikbaar. De sector beseft al jaren dat dit een verdere doorbraak nog in de weg staat – niet verwonderlijk dus dat hierop versneld wordt ingezet.