business intelligence
door TechniShow Magazine

EMO Milano 2015: de wind in de rug

5 oktober 2015

Vandaag ging de EMO Milano van start. De organisatie verwacht een slordige 150.000 bezoekers. Ook de Italiaanse editie van de beroemde metaalbeurs mag zich daarmee tot de absolute wereldtop rekenen. En de economen? Ook die voorspellen goed handelsweer voor het bouwen aan een nieuwe toekomst. 

Cijfers zeggen voldoende: 1.600 deelnemers, 150.000 bezoekers uit meer dan honderd landen en meer dan 120.000 meter bezet vloeroppervlak maken wel duidelijk om wat voor soort beurs het hier gaat. De beurs is vooral groot en internationaal. Het evenement wordt zowel in Milaan als in Hannover georganiseerd, maar wel in een redelijk opvallend ritme. De Italiaanse versie van de EMO wordt dit jaar en in 2021 georganiseerd in Milaan. De zustervariant in Hannover is daarna weer aan de beurt in 2017 en 2019. Op deze manier zal dat doorgaan tot 2027. Zo hebben de Italiaanse CECIMO en de Duitse VDW dat afgesproken. Onduidelijk is welke reden hierachter schuil gaat. Dankzij deze opzet is er zodoende wel sprake van twee ‘soorten’ EMO: een echt Europese variant met een meer zuidelijk getinte touch in Milaan, afgewisseld door een eveneens echt Europese beurs, die wel meer noordelijk aanvoelt en veel meer niet-Europese bezoekers telt.

Economisch herstel
De grote belangstelling voor deze EMO-editie is natuurlijk terug te voeren op het terugkerend optimisme over de economie. De organisatie verwachtte niet zo lang geleden een volgeboekte beurs van 120.000 vierkante meter, al was er ten tijde van deze uitspraak nog geen sprake van de ineenstorting van de Chinese beurzen. Hoe het ook zij, de economie van Europa en de twee Amerika’s herstelt zich onmiskenbaar, waardoor er volgens economen voldoende grondslag is voor een optimistische blik op de toekomst. De sector die door de EMO bestreken wordt vertegenwoordigt momenteel wereldwijd een waarde van 65 miljard euro. Volgens economen van het Institute Oxford Economics zal dat de komende jaren nog meer worden. In de periode van 2015 tot 2018 komt daar in totaal 18 procent bij, zodat over drie jaar de totale afzet bewerkingsmachines 71 miljard euro waard zal zijn. Opvallend is dat de economen uit Oxford zeker zijn in hun zaak waar zij stellen dat vooral Azië het hardst van alles regio zal blijven groeien. Dit jaar wordt er nog voor 34,8 miljard euro aan machines afgenomen, in 2018 zal dat 42,3 miljard zijn, een verdubbeling ten opzichte van 2008. De meeste machines gaan sowieso al naar Azië: in 2015 zijn de Aziaten al goed voor 58,1 procent van het wereldtotaal. Dit meerderheidsaandeel zal verder doorgroeien tot 60 procent in 2018. In 2018 neemt alleen al China 45 procent van de wereldwijd geproduceerde bewerkingsmachines af. Europa mag tevreden zijn met een tweede plaats van 14,8 miljard euro in 2015. Positief is de Europese groei richting de 17,2 miljard in 2018 (+16.2 procent), maar procentueel is er toch sprake van achteruitgang. Wereldwijd zakt Europa namelijk van 24,8 procent in 2015 naar 24.3 procent in 2018. De Amerikanen groeien van 10,2 miljard in 2015 naar 11,4 miljard in 2018 (+11.8%). Maar procentueel zakt hun aandeel wereldwijd nog harder dan dat van Europa: hun aandeel duikelt van 17,1 procent in 2015 naar 16,1 procent in 2018.