Nieuws
door TechniShow Magazine

Peter Hoogerhuis (Philips) tijdens Nederlands Metaalcongres: “Het levert pas geld op wanneer je in volume kan printen”

11 april 2019

Peter Hoogerhuis van Philips gelooft in Additive Manufacturing. De volgende stap is volumeproductie. Toch moet er nog veel veranderen. Nabewerking en precisie zijn uitdagingen. Zelf leert hij nog dagelijks in ‘zijn’ productielijn voor anti-scattergrids van wolfraam. “Mijn advies is dat je het hele proces in stukjes verdeelt.”

 

Peter Hoogerhuis heeft zich een beetje op de vlakte gehouden. Maar een select groepje in het Philips-concern wist namelijk precies wat de operations manager in de fabriek in Best nou helemaal deed. Vandaag de dag mag iedereen het weten: Hoogerhuis maakt met 3D-printers anti-scattergrids van wolfraam. Een anti-scattergrid is een instrument om stralingsverstrooiing te beperken, die wordt gecreëerd bij een radiografische belichting.

“We hebben de ontwikkeling van de anti-scattergrid als een start-up binnen Philips opgezet. We hebben het bewust afgeschermd, totdat het product goed genoeg was. Daarna hebben we het op de radar gezet, ook intern. Waarom? Verwachtingen rond innovatieve ideeën zijn vaak hoog, maar soms moet je een ontwikkeling rust geven. Om een kans te krijgen om te bloeien”, zegt Hoogerhuis.

 

Kritisch

Hoogerhuis is kritisch als het gaat om 3D-metaalprinten. “Iedereen vindt het een geweldige techniek, maar het levert pas geld op wanneer je in volume kan printen. Niet elk bedrijf kan groeien van een enkele printer naar een professionele lijn met spullen. Dan kom je er achter dat Additive Manufacturing meer is dan printen alleen. Als je een jaar de tijd neemt, dan heb je de helft van die tijd nodig om het proces in de lucht te krijgen. Het andere halfjaar gebruik je voor nabewerking. Het is makkelijk om die kosten te onderschatten.”

In zijn keynote speech tijdens de Brabantse Metaaldagen zal Hoogerhuis onder andere zijn licht laten schijnen op wat je allemaal tegenkomt als je 3D-printen grootschalig wil inzetten. “Wij maken anti-scattergrids voor CT-scanners. Dat is een soort luxaflex, waarmee alleen de juiste straling rechtdoor kan gaan en zo gericht werkt. We gebruiken er wolfraam voor, vanwege de hoge dichtheid blokkeert het röntgen goed. Elke CT-scanner heeft anti-scattergrids nodig en afhankelijk van design zitten er meerdere op een meter.”

Hoogerhuis stuurt de afdeling aan en leidt de volledige operatie. “Ik ben alles tegengekomen tijdens het opzetten van de afdeling. Je merkt dat er een bepaalde gedachtegang is als het gaat om 3D-printen. Heel veel objecten zijn namelijk ontworpen met op de achtergrond de gedachte hoe je het moet verspanen. Frezen ging voor design en men denkt dat 3D-printen een soort van retrofitten is. Maar het is beter om te beginnen met een nieuw design en met de applicatie zelf als uitgangspunt, niet de productietechnieken.”

 

Open

Tijdens zijn presentatie op het FPT-VIMAG-congres gaat Hoogerhuis verder in op de vraag hoe je een succesvolle business case kan maken van een 3D-print-project. “Je hebt printers, inrichting en processen nodig. Ik ben open over de succesverhalen, maar ook over de ‘pitfalls’. Zo wordt bijvoorbeeld postprocessing onderschat. En hoe werkt het in- en uitladen van een printer? Geloof me, het is niet gericht op ergonomie; alles zit net even te hoog. En hoe kom je aan budget? Mijn advies is dat je het hele proces in stukjes verdeelt.” Dan nog garandeert Hoogerhuis geen succes. Niet voor niets concentreert hij zich nu op anti-scattergrids van wolfraam. Na een analyse van de kansen, zag hij namelijk dat in de keuze van materiaal (“de materiaal-as”, zoals hij het noemt) en 3D-printing mogelijkheden lagen. Niet op de zogenoemde applicatie-as, waarbij het gaat om een andere toepassing. “Zo is 3D-printing een goede techniek, naast de bestaande methodes. Ik verwacht niet dat 3D-printers zullen staan te stampen in plaats van regulier verspanen. Er moet nog veel gebeuren, wil dat ooit zo zijn. Precisie bijvoorbeeld blijft lastig voor 3D-printers. Toch denk ik dat de designers die nu van school komen de techniek omarmen en naar veel zaken anders kijken. Dat dringt door in de conventionele industrie. Dat zorgt voor verandering.”